Vrijwilligerswerk door:
Werklozen
Onbezoldigde activiteiten voor derden Het KB van 31 december 1992 en het
MB van 4 januari 1993 regelen de voorwaarden en modaliteiten voor onbezoldigde
activiteiten door werklozen voor derden. Werklozen kunnen dus actief zijn
als vrijwilliger, ook als zij uitkeringsgerechtigd zijn. Een aantal regels
moet dan wel zorgvuldig in acht worden genomen.
Wie pas afgestudeerd is en zich laat inschrijven als werkzoekende bij
de RVA kan totdat hij onderworpen is aan de stempelcontrole zonder voorafgaande
goedkeuring werken als vrijwilliger.
Voor de andere werklozen moeten zowel de instelling als de werkloze in
principe een aanvraag C45B
of C45F)
indienen bij het plaatselijk werkloosheidsbureau.
Aanvraag om vrijstelling van aanmelding ter gemeentelijke controle wegens
een gratis en vrijwillige activiteit voor een instelling of een door een
overheid erkende VZW:
C49.
Bruggepensioneerden
Bruggepensioneerden krijgen een uitkering van hun werkgever en van de
overheid. Net als een werkloze die een uitkering van de overheid ontvangt,
mag een bruggepensioneerde vrijwilligerswerk doen of als de vereniging
een algemene toelating van de directeur van de RVA heeft.En net zoals
werklozen, moeten de bruggepensioneerde en de vereniging voor wie hij
vrijwilligerswerk doet,op voorhand een aanvraag indienen bij de RVA.
Als de vereniging niet winstgevend is en erkend is als culturele,sociale
of humanitaire organisatie of vereniging met een bijzonder openbaar nut,moet
de bruggepensioneerde geen aanvraag doen als de vereniging een algemene
toelating heeft.
De vereniging zelf kan die toelating krijgen van de directeur van het
werkloosheidsbureau. Dat kan d.m.v.een gewone brief waarin de activiteiten
worden uiteengezet en waarin ook wordt vermeld wat men de bruggepensioneerde
wil laten doen. De directeur van de RVA moet binnen de drie maanden antwoorden.
Gepensioneerden
Gepensioneerden mogen werken als vrijwilliger. De meldingsplicht is afgeschaft.
Om na te gaan of iemand, in het kader van de pensioenregelingen, een activiteit
uitoefent (waarvoor voorafgaande meldingsplicht bestaat), wordt uitdrukkelijk
gesteld dat het moet gaan om een activiteit die inkomsten kan opleveren
zoals bedoeld in het wetboek van inkomstenbelastingen. Vermits op vrijwilligerswerk
geen belastingen betaald moeten worden, gaat het niet om een activiteit
in de zin van de pensioenwetgeving, en is er geen voorafgaande aangifte
vereist.
Arbeidsongeschikten en invaliden
Voor wie helemaal niet meer kan werken, is vrijwilligerswerk een lastige
kwestie. Een toelating van de adviserende arts van de mutualiteit is absoluut
noodzakelijk. Een toelating van de huisarts volstaat dus niet. Als er
discussie ontstaat, oordeelt de arbeidsrechtbank. Zowel de adviserende
arts als de rechter houden in hun oordeel vaak rekening met de vraag of
het vrijwilligerswerk een morele steun is voor de arbeidsongeschikte of
invalide.
Slachtoffers van beroepsziekte en arbeidsongeval
Wie lijdt aan een beroepsziekte of wie slachtoffer is van een arbeidsongeval
kan zonder problemen en zonder formaliteiten werken als vrijwilliger.
De werkgever mag wel de gezondheid van zijn werknemer laten onderzoeken
door een controle-arts. Als die arts zou besluiten dat de vrijwilliger
niet meer arbeidsongeschikt is, kan hij zijn uitkering verliezen. Maar
die kans is klein. Al was het maar omdat de ex-werkgever zelden om zo\'n
onderzoek zal vragen, vermits die uitkering niet te zijnen laste is.
bijstandsgerechtigden
Wie niet kan werken door een handicap kan zonder problemen en zonder formaliteiten
werken als vrijwilliger. Er is geen gevaar op verlies van uitkeringen.
Hetzelfde geldt voor een bejaarde met een gewaarborgd inkomen, voor iemand
die recht heeft op gewaarborgde gezinsbijslag en voor iemand die recht
heeft op een bestaansminimum. Voor wie recht heeft op een bestaansminimum
moet de werkbereidheid wel voldoende groot zijn.
Kostenvergoeding
Bron: Vrijwilligerswerk, wat kan, mag en moet? Een concrete stand van
zaken.
Uitgave van de Koning Boudewijnstichting, voorjaar 2001 (de volledige
publicatie kan besteld of gedownload worden).
Vrijwilligers ontvangen geen loon, maar ze kunnen wel vergoed worden
voor kosten. De vrijwilliger heeft geen recht op deze vergoeding. Het
is aan de organisatie om die beslissing te nemen.
Een kostenvergoeding is mogelijk op twee manieren. Ten eerste kan een
organisatie haar vrijwilligers vergoeden op basis van de reële kosten
waar bewijsstukken tegenover staan. Ten tweede kan een organisatie de
kosten van de vrijwilligers op forfaitaire basis vergoeden.
Reële kostenvergoeding
Een organisatie kan haar vrijwilliger een vergoeding geven voor vervoerskosten
(openbaar vervoer of auto), verblijfskosten (hotel,eten), telefoonkosten
(ook voor gesprekken die van huis uit gevoerd werden), kosten voor opleidingen
en cursussen enz.
Als de organisatie enkel de reële kosten vergoedt en de vrijwilliger
de overeenstemmende bewijsstukken kan voorleggen, is er geen probleem.
Sommige kosten zijn echter niet zo makkelijk te bewijzen (zoals b.v. telefoongesprekken
die van huis uit gevoerd worden).
De zgn. reële kostenvergoedingen zijn niet belastbaar, noch in hoofde
van de organisatie, noch in hoofde van de vrijwilliger. Maar natuurlijk
mag de vergoeding geen verdoken vorm van bezoldiging zijn (b.v.terugbetaling
van fictieve kosten of overdreven onkostennota\'s) want dan kan de fiscus
deze toch nog als loon beschouwen.
Forfaitaire kostenvergoeding
De bedragen (die zowel fiscaal als m.b.t. de SZ vrijgesteld zijn) van
de forfaitaire kostenvergoedingen zijn aangepast; de exacte maximale bedragen
zijn: € 27,92/dag & € 1116,71/jaar (01/01/2006). Vanaf 01/08/06
komt daarnaast nog een max/kwartaal, nl. € 675,72.
Dit wordt voorlopig geregeld door een omzendbrief van 5 maart 1999 van
het ministerie van Financiën,waardoor vrijwilligers uit alle sectoren
niet belast worden als de kostenvergoeding niet hoger is dan deze toegelaten
maxima. Ook giften en cadeaus zijn toegelaten als de waarde ervan niet
hoger is. Meer details hierover kan je vinden in de volledige versie van
de publicatie.
Voor bepaalde categorieën van activiteiten bestond er al langer een
regeling. Dat is o.m.het geval voor de amateursportclubs. Die oude vrijstellingsregelingen
blijven geldig en moeten bij voorrang worden toegepast. Ook deze regelingen
komen in detail aan bod (zie Vrijwilligerswerk, wat kan, mag en moet?
Een concrete stand van zaken).
Zo\'n forfaitaire vergoeding kan de reële kosten overschrijden. Als
de belastingsadministratie kan bewijzen dat de kostenvergoeding een verdoken
bezoldiging is (fictieve kost of overdreven kostennota), dan heeft dit
ernstige gevolgen:
- ten eerste moet de organisatie dan meteen minstens het minimumloon betalen.
- ten tweede moet de organisatie de persoon inschrijven als werknemer
bij de RSZ en verder moeten zowel de organisatie als de medewerkers socialezekerheidsbijdragen
betalen.
- ten derde moet er bedrijfsvoorheffing ingehouden worden (zie volledige
versie publicatie).
Combinatie van reële en forfaitaire kostenvergoeding
Een kostenvergoeding op basis van bewijsstukken en een forfaitaire kostenvergoeding
zijn niet combineerbaar. Een overschrijding van de vermelde bedragen brengt
met zich mee dat het volledige bedrag als loon kan worden beschouwd.
Fiscale PK\'s: het juiste bedrag ...
11/2004
Het maximum tarief dat mag terugbetaald worden bedraagt 0,2841 euro/km.
Dus niet op centen naar boven afronden (niet 0,285), omdat de afronding
wel verschil maakt bij een groot aantal kilometers... (indexering 01/09/05).Verzekeringen
Bron: Vrijwilligerswerk, wat kan, mag en moet? Een concrete stand van
zaken.Uitgave van de Koning Boudewijnstichting, voorjaar 2001 (de volledige
publicatie kan besteld of gedownload worden).
Noodzakelijk of minstens wenselijk
Vermits er geen algemeen wettelijke verplichting bestaat, is het advies
om minstens volgende verzekeringen af te sluiten subjectief en voor discussie
vatbaar.
Toch durven we elke vereniging aanraden volgende verzekeringen te nemen.
verzekering burgerlijke aansprakelijkheid zowel tijdens de activiteit
als tijdens verplaatsingen van en naar de activiteit (dat laatste maakt
de verzekering duur,omdat het aantal verplaatsingen -en niet het aantal
gewerkte uren - telt) verzekering lichamelijke ongevallen zowel tijdens
de vrijwillige activiteit als tijdens verplaatsingen van en naar de activiteit
(dat laatste maakt de verzekering duur, omdat het aantal verplaatsingen
-en niet het aantal gewerkte uren -telt).
Het is in ieder geval absoluut aan te raden om dit grondig te bespreken
met de verzekeringsmaatschappij.Al te vaak blijkt -soms te laat -dat er
iets niet in orde is,dat niet iedereen verzekerd is die medewerking verleent
aan de vereniging,dat de gewenste waarborgen niet gedekt worden enz.
Hiermee pleiten we niet voor een oneindig aantal verzekeringen met oneindig
uitgebreide waarborgen,maar wel voor enkele degelijke verzekeringen met
goede basiswaarborgen voor iedereen die daar vanuit zijn inzet voor de
vereniging recht op heeft.
Geheimhoudingsplicht
Bron: Vrijwilligerswerk, wat kan, mag en moet? Een concrete stand van
zaken.
Uitgave van de Koning Boudewijnstichting, voorjaar 2001 (de volledige
publicatie kan besteld of gedownload worden).
De vrijwilliger voert zijn/haar*opdracht uit met inachtneming van de
regels inzake discretie en beroepsgeheim,zoals die gelden binnen de organisatie,en
is gebonden door een plicht tot geheimhouding met betrekking tot alle
persoonlijke,medische en verpleegkundige gegevens die hem/haar*zijn bekend
geworden tijdens de uitvoering van de vrijwillige activiteiten,alsmede
m.b.t al wat hem/haar*confidentieel is meegedeeld.Deze geheimhoudingsplicht
van de vrijwilliger en de verhouding tot het beroepsgeheim van professionelen,al
dan niet in de organisatie,werd/wordt* de vrijwilliger tijdens de opleiding
duidelijk uiteengezet,staat verwoord in het huishoudelijk reglement*en
blijft ook na het beëindigen van het engagement gelden. De organisatie
van haar kant behandelt alle informatie die ze van en aangaande de vrijwilliger
verkrijgt,vertrouwelijk.
|