Opsinjoorke
is een grote pop sedert eeuwen in de Nederlanden vermaard, en die in de Mechelse
praalstoeten en ommegangen bij middel van een grote lijnwaden doek, de hoogte
wordt ingeworpen en terug opgevangen. Zoals blijkt uit de oorkonden die op het
Mechels stadsarchief berusten, werd "OPSINJOORKE" door Valenteyn van
Lanscroon in 1647 uit hout gesneden. Hij kreeg de naam "SOTSCOP" meermalen
veranderd in "VUILEN BRAS", "VUILEN BRUIDEGOM" en "VUILEN
BRUID" om vanaf 1775, zonder v e r a n d e r i n g "OPSINJOORKE"
genoemd te worden.
De
Mechelse praalstoeten lokten steeds ontzagelijk veel volk naar de gewezen hoofdstad
der Nederlanden. Zij gaven dikwijls aanleiding tot allerlei voorvalletjes waarvan
een der meest kenschetsende zich voordeed op 4 juli 1775. Toen de ommegang gekomen
was in de St-Katelijnestraat, geraakte "OPSINJOORKE" buiten bereik
van het doek en kwam tussen de menigte terecht. Een der toeschouwers, een zekere
Jacobus de Leeuw, woonachtig te Antwerpen in de Wolstraat, stak zijn armen uit
om de pop af te weren, doch werd er van beschuldigd de "SOTSCOP" te
willen roven. De Mechelaars ranselden de dader duchtig af, werd te Mechelen
gevangen gehouden, wist echter te ontsnappen en keerde naar de scheldestad terug
"van den hoofde tot den voet bebloet".
Op 29 augustus daaropvolgend, richtte Jacobus de Leeuw een protestbrief tot
het Mechels magistraat, waarin hij zijn onschuld bepleitte in de volgende termen:
"...terstont heeft men met stocken seer vreedelijk geslagen dat mijn arm
wel ses weken gelijck lam geweest hebben, dit was noch niet genoech, de vreedhijdt
der soldaten ginch noch veerder, men viel aan het cappen soo dat ick twee wonden
op mijn hoofd kreegh, daarbij nog seer veel slagen met platte pallassen...".
Dit avontuur was de oorzaak van de benaming "SINJOOR" of "OPSINJOOR".
Dit laatste is hem tot op onze dagen bijgebleven.
Van dat ogenblik af, namen de Mechelaars hun voorzorgen tegenover alle mogelijke
weerwraak van de Antwerpenaars en "OPSINJOOR" werd steeds in een koffer,
voorzien van sterke sloten, geborgen. Thans berust hij in het stadsmuseum, Fred.
De Merodestraat, alwaar hij kan bezichtigd worden.
Op 7 december 1949 echter, stond Mechelen in rep en roer. "Opsinjoorke"
was ontvoerd. Inderdaad, Antwerpse studentenwaren er in geslaagd het stadsmuseum
binnen te dringen en met de pop, de koffer inbegrepen, op de loop te gaan. Op
7 januari 1950 werd Opsinjoorke, tot grote vreugde van de Maneblussers, terug
naar Mechelen overgebracht. De ontvoerders werden door de rechtbank gedaagd
maar hoorden zich allen vrijspreken.
Rik